In korte broek of zomerjurk aanschouwen hoe Beppie Kraft live de evergreen De Nach Is Nog Zoe Laank ten gehore brengt? Onder een stralende zon en met een mojito in de knuisten gadeslaan hoe John Tana het publiek trakteert op Boursin ? Of onder een strakblauwe lucht bij 32 graden Celsius een optreden van Minsekinder meepikken? Het kan, als de weergoden een beetje meezitten, bij Zomer Joeks in Venlo. Op 23 september is het weer even vastelaovend in het Nolenspark in Venlo, met concerten van artiesten die je voorheen eigenlijk alleen tussen de elfde van de elfde en Aswoensdag zag.

Zomercarnaval
Zomer Joeks, dat alweer de tweede editie beleeft, is geen uitzondering. Zomercarnaval is hot. De festivals die drijven op artiesten uit het vastelaovendcircuit schieten als paddenstoelen uit de grond. In Horst sjoenkelen ze al jaren in de zomer, in Ell lopen ze in augustus weer de polonaise, in Elsloo trekt Parade Mundial al tien jaar massa’s mensen, tijdens het Knaltibal verandert Heerlen in één groot verkleedfeest. En onlangs togen 5000 carnavalisten naar een stijf uitverkocht Festilaovend in Roermond om daar bij tropische temperaturen onder anderen Beppie Kraft en Bjorn & Mieke aan het werk te zien. Organisator Glenn Soentjens constateert dat veel festivals op de carnavalstrein zijn gesprongen. „Festilaovend is ontstaan na corona, toen er twee jaar lang geen vastelaovend kon worden gevierd. Carnaval in combinatie met de zomer, dat was uniek. Het leverde fantastische plaatjes op, met verklede en geschminkte mensen in de zon. Het viel goed in de smaak, al hebben we nooit de intentie gehad om het carnaval te vervangen. Het is wel zaak om te blijven vernieuwen, want je kunt niet elk jaar met dezelfde artiesten komen. We denken dus in de toekomst ook aan buuttereedners of prinsen.”

Opdrachten
Ook grote festivals met van oudsher een andere signatuur, zoals dance-evenementen Stereo Sunday in Venlo en Solar in Roermond, maken anno 2023 graag ruimte voor een tent of gebied met enkel carnavalsmuziek. De artiesten die op de affiches prijken hoor je niet klagen. Seth Verhaegen uit Maastricht, ook wel bekend als John Tana, vindt optreden buiten het seizoen alleen maar leuk. „Zomerse omstandigheden passen juist goed bij het Franse genre waarin ik zit. Al kan ik ook goed begrijpen dat sommige mensen in de zomer liever andere artiesten zien, buiten het carnavalscircuit.” Ben ‘Big Benny’ Peters uit Roermond is het om het even in welk seizoen hij wordt geboekt. „Ik ben een feestartiest, en dus niet per se gebonden aan vastelaovend. Voor mij zijn het gewoon opdrachten. Ja, ik heb het fenomeen zomercarnaval zien groeien. Sinds corona is het aantal boekingen dan ook zeker toegenomen. Toch denk ik dat we op het hoogtepunt van een hype zitten. Het is nu echt enorm, ik heb nooit geweten dat er in Limburg zoveel festivals waren. Ik verwacht dat de populariteit de komende jaren weer afneemt, dan is het de vraag welke festivals overleven en welke niet.”

Vastelaovend
Peters vindt het prachtig, al die zomerse evenementen met Limburgse artiesten. Maar met vastelaovend heeft het niks te maken, meent hij. „De pèkskes, de elfde van de elfde, de optochten door de boerendorpen: dát is voor mij vastelaovend. Het draait om tradities, om een bepaald gevoel. Dat gaat veel verder dan een verkleedpartijtje bij 35 graden.” Daar kan Bart Maes, president van de Samewirkende Limburgse Vastelaovesvereniginge (SLV) zich in vinden. „Carnaval is dynamisch immaterieel erfgoed. Het is onlosmakelijk verbonden aan katholieke tradities zoals het vasten. Die staan bij ons hoog in het vaandel. Iedereen mag natuurlijk organiseren wat hij wil, maar carnaval vieren wij zeven weken voor Pasen en het seizoen begint op de elfde van de elfde. Dat geven we ook door aan volgende generaties.”

Robert Housmans, voorzitter van de Bond van Carnavalsverenigingen in Limburg (BCL), sluit zich daarbij aan. Maar wat hem betreft kunnen vastelaovend en zomercarnaval best naast elkaar bestaan. „Ik zie het als twee verschillende zaken. Het BCL staat voor het traditionele carnaval, het maakt deel uit van ons cultureel erfgoed. De evenementen met carnavalsartiesten in de zomer staan daar wat mij betreft buiten. Maar laten we eerlijk zijn: je kunt er toch moeilijk iets op tegen hebben?”

Bron: De Limburger | Marco van Kampen